Christoffel Plantijn in Cyberspace

Mise-en-abyme: een miniatuurversie van deze website als illustratie dat een auteur, drukker of uitgever een tekst vandaag ook digitaal moet laten verschijnen (eigen foto)

Toekomst drukker-uitgever: Conclusies

Christoffel Plantijn begreep heel goed dat die specifieke en speciale eigenschappen van een digitale tekst gevolgen hadden voor een drukker-uitgever.

Zo moest hij elke nieuwe tekst ten minste ook digitaal laten verschijnen. Het gecomputeriseerde bestand van de tekst was primair en de gematerialiseerde versie secundair.

Eveneens moest hij anders omspringen met inhoud omdat gegevens op een andere manier werden gebruikt dan vroeger. Ze werden nu veel meer doorzocht dan gelezen. Dat veronderstelde een gestructureerde dataopslag, logische zoekopdrachten en automatische zoekmachines zodat het informatieaanbod ook overeenstemde met de informatiebehoefte.

Een drukker-uitgever was niet meer hoofdzakelijk een industrieel die instond voor de snelle, goedkope en grootschalige reproductie en distributie van identieke kopieën, maar een dienstverlener die verantwoordelijk was voor de selectie, verrijking, archivering en marketing van zo veel mogelijk teksten. Hij stond nu in voor de openbaarmaking en beschikbaarstelling en de lezer voor de vermenigvuldiging en de verspreiding.

De schrijver op zijn beurt stond nog altijd in voor het creëren van teksten. Het virtuele bedrijf Lulu.com speelde daar handig op in en had een op het web gebaseerd uitgeefsysteem bedacht zodat iedereen een e-boek of een klassiek boek kon laten uitgeven. De schrijver besliste gewoon van welke diensten, gaande van redactie tot promotie, hij gebruik wilde maken en tegen welke prijs hij het boek wilde verkopen in ruil voor een procentueel bedrag van elk verkocht exemplaar.

Het idee om de schrijver, en niet de lezer, te laten opdraaien voor de kosten van de publicatie werd nog verder doorgetrokken bij Open Access waar een wetenschapper betaalde om zijn artikel te publiceren zodat aan de lezer een vrije toegang kon worden verleend. De beweging, die ontstond uit protest tegen de almaar stijgende prijzen van de (elektronische) abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften, ging ervanuit dat wetenschappelijke informatie geen commercieel goed is, maar een publiek goed, een goed dat voor iedereen gratis beschikbaar en raadpleegbaar moest zijn.

Met een e-reader, zoals de iLiad van iRex Technologies, de LIBRIé van Sony of de Kindle van Amazon, kon dan elk digitaal bestand worden gedownload en elke digitale tekst, waar ook en wanneer ook, worden bekeken en gelezen.

Desnoods kon op vraag het bestand naar een digitale printer worden gestuurd en in een gedrukte tekst of fysiek boek worden omgezet. Printing on demand, zoals dit heette, was dus eigenlijk een hybride analoog-digitaal proces, maar bood toch heel wat voordelen. Vooreerst was er het productiegemak: er was geen minimale startoplage vereist en de oplage kon worden afgestemd op de vraag waardoor een publicatie commercieel eerder levensvatbaar was en een titel altijd in druk kon blijven. Dan was er het gemak van het decentraal of lokaal drukken waardoor een boek overal ter wereld zonder transportkosten en zonder tijdverlies kon worden gemaakt.